Een gids voor de verborgen boeddhistische sanctuaria in Krabi
Je bent in Krabi, het regent pijpenstelen, of het zonnetje schijnt net iets te hard.
Je hebt de drukte van Ao Nang even gezien, de longtailboten geteld en nu wil je iets anders. Iets stils. Iets wat niet op de eerste pagina van een reisblog staat. Je zoekt naar de ziel van het zuiden van Thailand. Je zoekt naar plekken waar je adem kunt horen, niet het geraas van scooters.
Je bent op zoek naar de verborgen boeddhistische sanctuaria. Dit zijn niet de tempels waar bussen vol toeristen stoppen voor een snelle foto.
Dit zijn de plekken waar monken echt leven, waar de geur van wierook en jasmijn blijft hangen, en waar de natuur de muren langzaam terugneemt.
Dit is de plek waar je backpacken Thailand combineert met diepe rust.
Wat zijn verborgen sanctuaria eigenlijk?
Een verborgen boeddhistisch sanctuary is geen plek voor selfies. Het is een plek van bezinning.
In Thailand noem je een tempel een Wat. De meeste bekende Wats, zoals de Wat Tham Sua (Tiger Cave Temple), zijn druk. Ze zijn gericht op het ontvangen van bezoekers. Een sanctuary is anders.
Vaak ligt het wat verder van de weg af, verscholen in de jungle of tegen een berghelling aan. Het is een plek waar de focus ligt op meditatie en het monastieke leven, niet op het verkopen van souvenirs.
Waarom is dit belangrijk tijdens je Thailand vakantie? Omdat het de andere kant van de medaille laat zien.
Het toont je het spirituele hart van het land, zonder de commerciële laag. Als backpacker zoek je vaak authenticiteit. Je wilt voelen hoe het leven hier echt gaat.
In deze sanctuaria ervaar je de eenvoud (het Thaise woord is simpel) en de discipline van het boeddhisme. Je ziet hoe de monken leven in harmonie met de ruige natuur van Krabi.
Je hoeft geen boeddhist te zijn om hier binnen te stappen. Je hoeft alleen maar respect te tonen. Een glimlach, een lichte buiging (waai) en stille kleding doen de rest. Het is een moment om even helemaal los te komen van je backpack en je drukke schema.
De verborgen parels: van grotten tot jungle
Laten we het concreet maken. Waar vind je deze plekken zonder een gids in te huren die je naar een juwelier brengt?
Krabi zit vol met verborgen schatten. Je hebt een scooter nodig, een dosis lef en een goede kaart (of Google Maps offline gedownload). Hier zijn drie specifieke plekken die je moet bezoeken. 1. De Tham Phra (Monk’s Cave) bij Khao Khanap Nam
Dit is een plek die je vaak ziet vanaf de rivier de Krabi, maar weinig bezoeken vanaf de landkant.
Rij vanuit Krabi Town richting de Khao Khanap Nam bergen. Naast de bekende grotten aan de rivier zit er een kleiner, onbekend sanctuary in de rotsen.
Je moet een kleine, soms onverharde weg volgen die afbuigt van de hoofdweg (zoek naar de bordjes 'Tham Phra').
Eenmaal boven (of in de grot) vind je een kleine, eenvoudige chedi (stoepa) en een paar boeddhabeelden. De sfeer is hier muisstil. De rotsen voelen koel aan, zelfs als het buiten 32 graden is. 2.
Wat Tham Khao Wang (de tempel op de heuvel)
Als je vanuit Krabi Town richting Ao Luek rijdt, zie je in de verte een gouden boeddhabeeld boven op een heuvel staan. Veel backpackers rijden er langs. Stop!
De weg ernaartoe is steil en soms ruw, dus je moet een sterke scooter hebben (huur er een vanaf €6 per dag bij een local shop in Krabi Town). Bovenaan vind je een openlucht sanctuary. Je hebt hier een 360-graden uitzicht over de mangroven en de eilanden.
Het is een plek om even te zitten, water te drinken en de wind te voelen.
De monken hier zijn vriendelijk en houden zich op de achtergrond. 3.
De jungle-tempel van Ao Luek (verstopt)
Ao Luek is bekend om de pier en het eten, maar achter de bergen zitten kleine, ongeasfalteerde paden die naar verborgen sanctuaria leiden.
Rij vanaf Ao Luek richting de dorpen Ban Hua Hin of Ban Laem Klang. Vraag locals naar een 'small temple in the jungle'. Vaak wijzen ze naar een pad dat groen is van de mossen. Hier vind je plekken die nog geen officiële naam hebben op Google Maps.
Een plek met een boeddhabeeld dat in de rots is uitgehakt, omgeven door varens en bomen. Net als bij de bijzondere Boeddhabeelden op Koh Phangan is dit het echte backpacken Thailand: het avontuur van het onbekende.
Hoe werkt een bezoek? De ongeschreven regels
Een bezoek aan een sanctuary is anders dan een bezoek aan een museum. Er is geen openingstijd en geen sluitingstijd, maar er zijn wel regels.
Deze regels zijn er om de rust te bewaren. Volg ze en je zult merken dat de deuren vanzelf open gaan.
De kleding is de eerste stap. In Thailand (en zeker in Krabi) is het warm, maar bedekking is essentieel. Draag een T-shirt met mouwen (geen hemd), een broek die de knieën bedekt (geen korte shorts) en sluitende schoenen of sandalen (geen teenslippers als je de jungle in gaat, want je ontmoet wel eens slangensporen).
Vrouwen moeten schouders en knieen bedekken. Draag je een sarong? Prima, maar zorg dat die goed zit. Binnen de muren van het sanctuary gelden drie basisprincipes:
- Respect voor de Boeddha: Geen foto's waar je op staat of zit met je voeten richting het beeld. Ga nooit boven de Boeddha uitkomen op een foto (dus niet op een verhoging gaan staan).
- Respect voor de monken: Vrouwen mogen monken niet aanraken. Geef geen geld direct aan een monnik. Gebruik de schaal die in de tempel hangt (meestal een witte of oranje kom).
- Stilte: Zet je telefoon uit of op stil. Geen harde muziek. Praal zachtjes. Dit is een plek voor meditatie.
Als je binnenkomt, haal je je schoenen uit. Altijd. Zet ze netjes naast de deur, niet in het gangpad.
Een kleine buiging (het hoofd licht naar beneden, handen tegen elkaar) naar het beeld of de monnik laat zien dat je de cultuur begrijpt. Het kost je niets, maar het betekent alles, zeker als je wilt voorkomen dat je fouten maakt bij het kopen van souvenirs.
Prijzen, kosten en praktische zaken
Bijna alle sanctuaria in Thailand zijn gratis toegankelijk. Het boeddhisme is een open religie.
- Scooter huren: €6 - €8 per dag (250-350 THB). Doe dit bij een verhuurder in Krabi Town of Ao Nang. Check altijd de banden en de remmen voor je wegtrekt.
- Brandstof (benzine): €3 - €5 voor een hele dag rijden. Koop een flesje 'gas' aan de kant van de weg (een oude fles water met een trechter erin) voor 40 THB per liter.
- Entree: €0. Voor de grote tempels zoals Tiger Cave betaal je soms €1-€2 voor de parkeerplaats, maar de kleine sanctuaria zijn gratis.
- Eten en drinken: €5 - €10 per persoon. Neem water mee (flesjes van €0,30). Eet bij een lokaal tentje (een 'shophouse') voor een curry van €2.
- Gids: €0. Je hebt geen gids nodig. De locals zijn de gids. Vraag het gewoon.
Donaties zijn welkom, maar niet verplicht. Toch zijn er kosten aan verbonden als je ze wilt bezoeken, want je moet er wel komen.
Hier is een overzicht van de kosten voor een dagje sanctuary-hopping in Krabi. Als je een tour boekt via een agency in Ao Nang (zoals een 'jungle tour'), betaal je al snel €30-€50 per persoon. Dit is vaak een groepstour. Als backpacker kun je dit makkelijk zelf doen voor een fractie van de prijs. De kwaliteit van de ervaring is vaak hoger als je alleen of met een kleine groep gaat.
Praktische tips voor de perfecte ervaring
Het weer in Krabi is een spelbreker als je niet voorbereid bent. De regenperiode (mei tot oktober) kan plotseling zware buien brengen.
Rij nooit als het donker wordt. De wegen in Krabi zijn slecht verlicht en vol met loslopende honden of koeien.
Plan je bezoek dus voor 16:00 uur, zodat je weer terug bent op de hoofdweg. Neem voldoende water mee. In de jungle is de luchtvochtigheid hoog en transpireer je meer dan je denkt.
Een liter water per persoon per 2 uur is een goede vuistregel. Zonnebrandcrème is essentieel, maar breng het aan voordat je de tempel inloopt, niet erin.
Het is respectloos om een tempel in te lopen met zalf op je huid. Respecteer de natuur. In Krabi zijn de sanctuaria vaak letterlijk één met de jungle, zoals je ziet bij de historische Dambulla grotten. Zwerf niet af van de paden. Je bent te gast in het leefgebied van apen, slangen en insecten.
Neem je afval mee terug naar Krabi Town. Laat niets achter. Een sanctuary is een plek van reinheid, zowel innerlijk als uiterlijk.
Als je een lokale monnik ontmoet, groet dan met een Wai. Plaats je handen tegen elkaar voor je borst en buig licht. Als hij je iets aanbiedt (zoals een armbandje of een blessing), accepteer dit met beide handen.
Als je een donatie wilt geven, leg dan geld in de schaal of in de bus die er staat. Doe dit nooit direct in de hand van een monnik.
Het is een kleine moeite, maar het toont aan dat je de Thai cultuur begrijpt en waardeert. Geniet vooral. Sta even stil bij het uitzicht.
Adem in, adem uit. Je bent in Thailand, in Krabi, op een plek waar de tijd even heeft stilgestaan. Dat is wat een reis onvergetelijk maakt.