Railay Beach (Krabi): Waarom dit beroemde strand alleen per boot bereikbaar is
Zit je een beetje te denken aan een tripje naar Krabi? Dan is de kans groot dat je foto’s van Railay Beach voorbij hebt zien komen.
Je weet wel, die hoge kalkstenen kliffen die uit de zee oprijzen en wit zand waar je u tegen zegt. Het voelt als een eiland, maar technisch gezien zit het vast aan het vasteland van Thailand. Het vreemde is alleen: je kunt er niet naartoe lopen.
Geen brug, geen weg, niks. Waarom? Dat leg ik je even rustig uit.
Want als je hier naartoe gaat, is het handig om te weten hoe het zit.
Waarom je de auto moet laten staan
Stel je voor: je staat in Krabi Town of Ao Nang en je wilt naar Railay. Je pakt Google Maps en je ziet dat het maar een paar kilometer is.
Lopen is dus geen optie. De reden is simpel maar fascinerend: het gebied wordt volledig afgesloten door enorme kalkstenen kliffen en jungle.
Die rotswanden zijn zo steil dat er geen wegen zijn aangelegd. Zelfs geen kleine paadjes voor een scooter. Het is letterlijk een natuurlijke muur rondom het schiereiland.
Als backpacker in Thailand voelt dit soms als een grapje. Je bent zo dichtbij, maar je komt er niet. De enige manier om er te komen is via het water. De locals hebben hier handig op ingespeeld.
In Ao Nang en Krabi Town vind je overal longtailboten die je voor een paar honderd baht naar Railay brengen.
Het is een ritje van 10 tot 20 minuten, afhankelijk van waar je instapt en hoe de zee is. Deze beperking maakt Railay eigenlijk uniek.
Het voelt alsof je een geheime plek binnenstapt, terwijl het tegelijkertijd één van de beroemdste plekken in Thailand is. Omdat er geen auto’s zijn, is het er ook gelijk een stuk rustiger (behalve op het strand zelf). Geen uitlaatgassen, geen lawaai van verkeer. Alleen het geluid van de zee en de apen in de bomen.
Hoe kom je er: bootjes en prijzen
Oké, je wilt er naartoe. Hoe werkt dat dan met die boten?
Er zijn een paar opties, en ze verschillen in prijs en comfort.
De meeste backpackers pakken de longtailboot vanuit Ao Nang. Dit is het makkelijkst en goedkoopst. Je loopt naar het strand van Ao Nang, daar zie je mannen staan die kaartjes verkopen.
Je betaalt ongeveer 100 tot 150 Thai Baht (€2,50 - €4) voor een enkele reis. Ze gaan pas weg als ze vol zijn, dus je moet soms even wachten.
Een andere optie is de longtailboot vanuit Krabi Town. Dit duurt langer (ongeveer 45 minuten) en is iets duurder, vaak rond de 200 Baht (€5) per persoon. Dit is handig als je vanuit de stad komt, maar Ao Nang is de populairste hub. Let wel op: de boten stoppen ’s avonds.
De laatste boot van Railay terug naar Ao Nang gaat vaak rond 17:30 of 18:00 uur.
Mis je die, dan zit je vast en moet je een veel duurdere privéboot regelen. Voor de avonturiers is er nog de optie om een speedboot te nemen. Dit is sneller, maar ook flink duurder.
Je betaalt al snel 300 tot 500 Baht (€7,50 - €12,50) per persoon. Dit is vooral handig als je met een groep bent of haast hebt.
Maar eerlijk gezegd: de sfeer van een langzame longtailboot, met je voeten in het water, is veel leuker. Je ziet onderweg al van alles, van kajakkende toeristen tot adelaars boven de kliffen.
“Railay is het bewijs dat je de auto niet nodig hebt voor een perfecte vakantie. Soms beperken natuurlijke barrières je, maar soms openen ze juist een nieuwe wereld.”
De vier delen van Railay: West, East, Phra Nang en Tonsai
Railay is niet zomaar één strand. Het is een schiereiland dat opgedeeld is in vier hoofdgebieden.
Railay West is het beroemdste strand. Dit is waar je die Instagram-foto’s maakt. Het heeft fijn wit zand en turquoise water.
Dit is ook het meest bezochte deel. Er zijn resorts en restaurants, maar het voelt niet te druk omdat het strand groot is.
Let wel: bij vloed kan het water soms tot aan de palmbomen komen. Railay East is het tegenovergestelde. Hier geen wit zand, maar modder en mangroven.
Het is minder mooi om te zwemmen, maar wel cool om te zien. De sfeer hier is rustiger en wat rauwer.
Veel backpackers kiezen voor accommodatie aan de oostkant omdat het goedkoper is.
Je loopt makkelijk naar het West-strand (ongeveer 10 minuten lopen door de jungle), dus het is een prima uitvalsbasis. Phra Nang (ook wel Princess Beach genoemd) ligt op het zuidelijkste puntje. Dit is vaak het favoriete strand van veel bezoekers. Het is klein, intiem en ligt pal tegenover het eiland Ko Phi Phi.
Er hangt een relaxte sfeer en er is een grot (de Princess Cave) die je kunt bezoeken. Dit is ook de plek waar je de meeste rotsklimmers ziet.
Het water is hier vaak helderder dan bij Railay West. Tenslotte is er Tonsai. Dit is het rustigste deel en zit vast aan Railay via een junglepad (bij laag water) of een bootje.
Tonsai is de plek voor digitale nomaden en rustzoekers. Geen grote resorts, maar simpele bungalows.
De vibe hier is heel anders; het voelt als hoe Thailand er 20 jaar geleden uitzag. Als je van feesten houdt, ben je hier ook goed, maar het is meer een chill-feest dan een wild-feest.
Wat te doen (behalve bakken)
Natuurlijk kom je voor het strand, maar Railay heeft meer. Bezoek bijvoorbeeld de bijzondere prinsessengrot bij Phra Nang of ga rotsklimmen.
De kalkstenen kliffen zijn wereldberoemd onder klimmers. Je kunt er cursussen doen vanaf ongeveer 1000 Baht (€25) voor een halve dag. Zelfs als je nooit geklommen hebt, is het gaaf om te proberen.
De uitzichten vanaf de rotsen zijn adembenemend. Er zijn routes voor beginners en experts.
Een andere must-do is de hike naar de Railay Viewpoint. Dit is niet voor bangeriken. Je moet een steile helling op, vaak met touwen om je vast te houden. Het is modderig en warm, maar als je boven bent, kijk je uit over het hele schiereiland en de zee. In deze Railay Beach gids lees je alles over deze klim.
Combineer dit met de hike naar de lagune erachter. Let op: de weg terug is soms lastiger dan de heenweg.
Draag goede schoenen, geen slippers. Voor een relaxte middag huur je een kajak. Dit kost ongeveer 200-300 Baht (€5-€7,50) per uur.
Peddel langs de kliffen, zoek verborgen grotten op (zoals de Viking Cave, waar je niet in mag maar wel voorbij kunt varen) en geniet van de rust op het water.
Je kunt ook snorkelen, hoewel het zicht niet zo goed is als op de eilanden verderop. De visjes bij de rotsen zijn wel leuk om te zien. En natuurlijk: zonsondergang. Railay West is de place to be voor sunset.
Ga rond 17:30 uur op het strand zitten met een Chang biertje (ongeveer 80 Baht / €2) of een cocktail. De lucht kleurt oranje en roze achter de kliffen.
Het is druk, maar de sfeer is altijd gezellig. Neem je camera mee, maar vergeet niet even gewoon te kijken.
Overnachten: Van cheap tot luxe
Waar slapen? Er is voor elk budget wel iets te vinden, maar Railay is over het algemeen duurder dan Ao Nang. Voor backpackers zijn er simpele hostels en goedkope bungalows.
Je betaalt hier rond de 500 tot 800 Baht (€12 - €20) per nacht voor een bed in een gedeelde kamer of een simpele fan-kamer.
Boek van tevoren in het hoogseizoen (november tot maart), want het raakt vol. Wil je iets meer comfort?
Kijk dan naar de guesthouses aan Railay East. Voor ongeveer 1200 tot 1800 Baht (€30 - €45) heb je een prima kamer met airco en eigen badkamer. Vaak met een klein balkonnetje.
Let wel op dat je aan de oostkant soms last hebt van de geur van de mangrove bij laag water, maar het went snel.
De luxe resorts op de mooiste stranden van Krabi kosten al snel 3000 Baht (€75) of meer per nacht. Denk aan resorts zoals Rayavadee (supergaaf maar peperduur) of de Railay Village Resort. Deze plekken hebben zwembaden, spa’s en liggen direct aan het strand. Als je je honeymoon viert of gewoon wilt trakteren, is dit het waard.
Voor een doorsnee backpacker is het vaak te prijzig, maar een cocktail drinken in de tuin van zo’n resort mag vaak wel. Een goede middenweg zijn de bungalows die wat verder van het strand liggen.
Zoek naar plekken zoals de Golden Hill Bungalows. Je betaalt dan rond de 1000 Baht (€25) en je moet een stukje klimmen, maar je hebt een prachtig uitzicht en het is stiller.
Gebruik apps zoals Booking.com of Agoda, maar loop ook even binnen bij de plaatselijke travel agents in Ao Nang voor last-minute deals.
Praktische tips voor jouw bezoek
Hier zijn een paar dingen die je moet weten voordat je gaat. Ten eerste: geld. Er zijn een paar pinautomaten op Railay, maar ze zijn vaak leeg of doen het niet. Neem dus voldoende contant geld mee vanuit Ao Nang of Krabi Town.
Je kunt bij de meeste guesthouses wel pinnen, maar reken er niet op.
Een pinpas van een Nederlandse of Belgische bank met werelddekking is handig. Ten tweede: eten. De restaurants op Railay zijn duurder dan op het vasteland.
Een curry of pad thai kost al snel 120 tot 180 Baht (€3 - €4,50) in plaats van 60 Baht in de stad. De beste deals vind je bij de eettentjes aan de rand van het strand of bij de night market op Railay East (als die er is). Probeer de verse vis, die is hier goedkoop en vers.
Ten derde: de rust. Railay is geen feesteiland zoals Koh Phi Phi.
Na zonsondergang wordt het vrij rustig. De meeste bars gaan dicht rond middernacht. Als je wilt stappen tot in de vroege uurtjes, moet je terug naar Ao Nang. Dit maakt Railay perfect voor natuurliefhebbers en rustzoekers, maar minder geschikt voor wilde feestbeesten.
Tot slot: de natuur. Je bent in een kwetsbaar gebied.
Apen zijn schattig, maar ze kunnen agressief zijn als ze eten ruiken.
Laat je spullen niet slingeren en voer ze niet. Draag insectenwerend middel (DEET werkt het best) tegen de muggen in de jungle. En tot slot: geniet. Railay is magisch.
Omdat het alleen per boot bereikbaar is, voelt het als een ontsnapping uit de drukte van de moderne wereld. Pak die longtailboot en ervaar het zelf.