De mooiste tempels (Wats) in Bangkok: Wat Pho, Wat Arun en Grand Palace
Je staat in Bangkok. De hitte klotst tegen je aan, scooters toeteren en de geur van streetfood hangt overal.
Midden in die chaos vind je oases van rust: de tempels. In het Thais noemen ze ze 'wats'.
Dit zijn niet zomaar gebouwen; het zijn de hartslag van de cultuur. Als je backpackt door Thailand of gewoon een vakantie hebt, móét je deze plekken zien. Ze laten je de andere kant van de stad zien.
Niet alleen de drukte, maar ook de spiritualiteit en de pracht. Wij gaan het hebben over drie iconen: Wat Pho, Wat Arun en de Grand Palace.
Dit zijn de allergrootste namen. Ze liggen allemaal langs de Chao Phraya rivier, dus je kunt ze makkelijk combineren. Pak een longtailboot en spring van de ene verborgen schat naar de andere. Dit is hoe je Bangkok écht beleeft, ver weg van de toeristenvalletjes en dichter bij de echte Thaise ziel.
Wat is een 'Wat' en waarom moet je erheen?
Een 'Wat' is gewoon een tempelcomplex in Thailand. Het is niet alleen een gebouw, maar een hele verzameling van hallen, stoepa's (die puntige torens), woonruimtes voor monniken en scholen. Je vindt ze overal, van de kleinste dorpjes in het noorden tot midden in de stad.
In Bangkok zijn de wats vaak enorm en overdekt met goud en gekleurde mozaïeken.
Waarom zou je er als reiziger heengaan? Simpel: het is de sleutel tot begrijpen van Thailand.
Het boeddhisme zit in alles verweven. Zie het niet als een museum, maar als een levendige plek. Je ziet monniken die hun rozenkrans tellen, locals die wierook branden en kinderen die spelen.
Het geeft je een moment van rust in de waanzin van de stad.
Bovendien zijn de architectuur en de kunstwerken adembenemend mooi. Het is een must-do voor elke Thailand vakantie.
De drie topattracties: Een gids langs de rivier
Laten we beginnen met de grootste en meest beroemde: de Grand Palace. Dit is het absolute hart van het oude Bangkok.
De koning woonde hier vroeger, en hoewel hij nu in een ander paleis woont, worden grote ceremonies hier nog steeds gehouden.
De muren zijn fel wit en het dak glinstert van het groene en rode emaille. Als je binnenstapt, voelt het alsof je een andere wereld betreedt. De details zijn waanzinnig; overal waar je kijkt, is wel iets om te ontdekken.
De Grand Palace is gigantisch. Je loopt er makkelijk een paar uur rond.
De belangrijkste attractie binnen het complex is de Wat Phra Kaew, oftewel de Tempel van de Boeddelijkse Smaragd. Hier staat het beroemde Boeddhabeeld van smaragd. Het is maar 66 centimeter hoog, maar voor de Thai is het heilig. Je mag er geen foto's van maken, dus sta er even stil bij.
Het is een intense ervaring. Let wel op de kledingvoorschriften.
Dit is geen grap in Thailand. Je schouders moeten bedekt zijn en je knieën ook. Draag een lange broek of een sarong.
Verkopen ze bij de ingang? Ja, voor een paar euro huur je er een of koop je een goedkope.
Doe het niet alleen voor de regels, maar uit respect. Zonder de juiste kleding kom je niet eens door de deur. Na de Grand Palace loop je via de muur naar Wat Pho.
Dit is de tempel van de liggende Boeddha. Het is een stuk relaxter dan het paleis.
De entree is goedkoper en het voelt meer als een park. Overal staan stoepa's en beelden.
Het is een wirwar van goud en glas, maar het werkt. Het is de perfecte plek om even op adem te komen na de drukte van de paleistuinen. De blikvanger hier is natuurlijk de enorme liggende Boeddha.
Hij is 46 meter lang en 15 meter hoog. Het beeld is bedekt met bladgoud en de voeten zijn versierd met 108 panelen die geluk symboliseren.
Je kunt eronder doorlopen en het voelt klein. Koop een emmertje met munten en gooi ze in de 108 bakjes langs het beeld. Volgens de legende brengt dit geluk. Het is een leuk ritueeltje en je ziet veel locals het ook doen.
Vanuit Wat Pho loop je zo naar de pier voor de ferry naar Wat Arun.
Deze tempel ligt aan de overkant van de rivier. De ferry kost maar een paar baht (ongeveer €0,50) en duurt nog geen minuut. De overtocht zelf is al een ervaring; je vaart langs de longtailboats en ziet de skyline van Bangkok achter je.
Eenmaal aangekomen spring je op de kade en staat de tempel daar, majestueus, met de zon erachter. Wat Arun, oftewel de Tempel van de Dageraad, is anders.
Waar de anderen vooral goud hebben, is deze bedekt met porselein. De centrale toren (prang) is 82 meter hoog en versierd met scherven van Chinese porseleinen kopjes. Het is een kleurrijk spektakel.
Je kunt de toren beklimmen via steile trappen. Bovenop heb je een waanzinnig uitzicht over de rivier en de Grand Palace. Doe dit wel voor de hitte van de dag, want het is zwaar.
Praktische zaken: Prijzen, tijden en hoe je er komt
De kosten voor deze drie plekken vallen mee, vooral voor backpackers. De Grand Palace is het duurst: 500 baht (ongeveer €13).
Dat is inclusief toegang tot de indrukwekkende Wat Phra Kaew. Wat Pho kost 200 baht (€5,50). Wat Arun is het goedkoopst: 100 baht (€2,70). Als je alle drie doet, ben je dus zo'n €21 kwijt.
Niet slecht voor een dag vol cultuur. De openingstijden zijn redelijk standaard, maar let op voor de middaghitte.
De Grand Palace en Wat Pho gaan open om 08:00 uur 's ochtends.
Ze sluiten meestal rond 16:30 uur. Wat Arun sluit vaak al om 18:00 uur. Mijn tip? Begin vroeg. Wees er om 08:00 uur.
Dan is het nog koel en heb je de grootste drukte voor. Bovendien is het licht dan mooi voor foto's.
Wat moet je meenemen? Allereerst: water. Veel water. Een flesje van 1,5 liter kost op straat 10 tot 15 baht (€0,30). Vul het bij. De hitte in Bangkok is vochtig en slopend.
Je zweet je shirt doorweekt. Zonnebrandcrème is ook essentieel.
Je loopt veel buiten tussen de gebouwen door. Een hoed of pet helpt enorm.
Qua vervoer zijn er een paar opties. De goedkoopste is de BTS Skytrain naar station Saphan Taksin.
Van daar loop je naar de Sathorn Pier en neem je de Chao Phraya Express Boat (oranje vlag). Die vaart langs de belangrijkste pier bij de Grand Palace (Tha Tien). Kosten: ongeveer 15 baht. Een taxi of Grab (de Aziatische Uber) is makkelijker, maar je kunt vast komen te zitten in het verkeer.
Een tuk-tuk is leuk voor de ervaring, maar reken flink af vooraf. Ze vragen vaak te veel.
Er zijn ook tours beschikbaar. Veel hostels bieden 'Bangkok Temple Tours' aan voor rond de 500-800 baht (€13-€21), maar je kunt ook noordelijker de bijzondere tempels van Chiang Rai bezoeken.
Dit is inclusief vervoer en een gids. Handig als je geen zin hebt om alles zelf uit te zoeken. Maar eerlijk? Met een kaartje van de ferry en een beetje moed red je je ook prima. Het zelf ontdekken geeft meer voldoening.
Handige tips voor een soepele temple-tour
Timing is alles in Bangkok. De middag is de hel.
De zon staat loodrecht op je hoofd en de luchtvochtigheid is 80%.
Plan je bezoek aan de Grand Palace en Wat Pho voor 12:00 uur. Daarna kun je lunchen bij de straatstalletjes bij de Tha Tien pier. Proef de Pad Thai of een groene curry.
Dan rust je even uit en ga je pas rond 15:30 uur naar Wat Arun. De zon begint dan te zakken en het licht is prachtig voor foto's. Respect is key. In alle tempels gelden regels. Niet alleen de kleding, maar ook je gedrag.
Geloof het of niet, maar schreeuwen of lopen met ontbloot bovenlijf is not done.
Zelfs als het 35 graden is. Doe je schoenen uit voordat je een gebouw binnenstapt.
Kijk waar anderen het doen, dan doe je het goed. En voor de mannen: vermijd contact met monniken. Vrouwen mogen ze ook niet aanraken.
Geef ze de ruimte. Neem contant geld mee.
De meeste entreepoortjes en kraampjes accepteren geen creditcards. In Thailand is cash nog steeds koning. Zorg dat je genoeg bahts op zak hebt.
Kleine biljetten van 20 en 50 zijn handig. Je wilt niet staan wisselen met een 1000-baht briefje terwijl de rij achter je groeit.
Bij pinautomaten (ATM's) betaal je vaak een vaste fee van 220 baht per transactie, dus pin liever één keer een groter bedrag.
Een laatste tip: huur een gids bij de Grand Palace. Het is een doolhof, net zo indrukwekkend als de Witte Tempel in Chiang Rai. Een lokale gids kost ongeveer 200-300 baht per uur.
Ze laten je dingen zien die je zelf mist, zoals de verborgen verhalen achter de muurschilderingen. Ze spreken vaak goed Engels en je steunt de lokale economie. Als je backpackt en een budget hebt, kun je natuurlijk ook gewoon een goed boek kopen of een podcast luisteren via je oordopjes. Geniet vooral. Bangkok kan overweldigend zijn, maar deze tempels geven je de rust die je zoekt.
Ze verbinden je met de geschiedenis en de lokale bevolking. Of je nu een maand backpackt of een weekje vakantie hebt, deze drie plekken maken je reis onvergetelijk.
Dus smeer je schoenen, pak je waterfles en ga op avontuur. De tempels wachten op je.